Gezondheid
Het houden van dieren brengt onherroepelijk met zich mee dat er zich ziektes voordoen. Nu is het voor deze site ondoenlijk om alle schapenziektes te bespreken, maar de meest actuele wil ik hier toch wel noemen.Veel informatie over ziektes bij schapen kunt ook vinden op de site van de Gezondheidsdienst voor Dieren of bij het Ministerie van LNV. Ook het RVV en ID-Lelystad kunnen u meer vertellen. En kijk ook eens op Wikipedia.
Inleiding
Scrapie is een hersenziekte. De meest voorkomende verschijnselen zijn: afwijkend gedrag (dromen, smakken, geen koppelgedrag), krabben (jeuk), onrust, schrik en trillen, vermageren, dorre grauwe vacht. Scrapie is net als BSE een TSE (Transmissible Spongiform Encephalopathy), maar is in tegenstelling tot BSE niet schadelijk voor mensen.
Scrapie komt voor bij schapen en kan voorkomen bij geiten. Scrapie is overdraagbaar van volwassen ooien op hun lammeren.
De dieren zijn zeer vatbaar voor stoffen uit de melk of voor melkproducten, afkomstig van schapen of geiten met scrapie. Ook wanneer de dieren waar deze producten van afkomstig zijn geen klinische verschijnselen vertonen. Ooien kunnen de ziekte overdragen via melk of melkproducten terwijl de ziekte zich in de incubatietijd bevind.
Bestrijding
Scrapie kan worden vastgesteld door onderzoek aan de kop van een dood dier. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) bestrijdt scrapie sinds 1998 met testen en tot 2007 via een fokprogramma. De Europese Unie gebruikt sinds 2005 een test die BSE en scrapie goed van elkaar kan onderscheiden.
BSE is niet bij schapen aangetroffen. Uit voorzorg wordt bij de slacht risicomateriaal zoals hersenen en ruggenmerg verwijderd en verbrand, om ieder risico voor de volksgezondheid uit te sluiten. Ook mogen in het voer van schapen en geiten geen dierlijke eiwitten van zoogdieren worden verwerkt om de kans op TSE's te verkleinen. Daarmee is een belangrijke infectieroute bij voorbaat afgesneden.
Genotype ARR/ARR
Er is een genetisch bepaald verschil in gevoeligheid voor scrapie. De genetisch minder gevoelige dieren hebben het genotype ARR/ARR. Uitsluitend gebruik van rammen met dit genotype zou op den duur de gevoeligheid van de gehele schapenpopulatie verminderen. Ook bij schapen van dit genotype is echter zowel a-typische als klassieke scrapie aangetroffen


